De vele levens van Ludo Abicht

Jan Beddegenoodts: Searching for Ludo

 

Hoe portretteer je iemand die blijft zoeken? Die weigert samen te vallen met een bepaalde rol, die zichzelf telkens opnieuw uitvindt om onrecht te bestrijden? Het werd de taak die Jan Beddegenoodts zichzelf stelde in zijn film ‘Searching for Ludo’ (2025). Daarvoor volgde hij tien jaar lang de Belgische filosoof en activist Ludo Abicht, van zijn huis in Berchem tot de kliffen van Californië, van Tel Aviv tot de Westelijke Jordaanoever. Hij kwam tot de vaststelling dat er vele versies van Ludo op deze wereld rondwandelen. Hij vond er minstens tien.

 

Dissident

Het project van Beddegenoodts was tot mislukken gedoemd. ‘Wie is Ludo Abicht nu echt? Een vraag die ik zeker niet ga kunnen beantwoorden’, zegt hij aan het begin van wat hij zelf omschrijft als een ‘poging tot portret’. Elke mens omvat ‘multitudes’, maar Abicht vertegenwoordigt ware paradoxen: ‘Marxist in de Vlaamse Beweging, flamingant binnen radicaal links, Bijbellezer binnen de vrijzinnigheid, Hegeliaan binnen een postmodernistisch paradigma, irritant niet-politiek correct’ – zo leest de beschrijving van Abicht op de website van Doorbraak. Een linkse radicaal die in Doorbraak publiceert, het zegt al genoeg.

En dus trekt Beddegenoodts, gewapend met opsporingsberichten, de straat op. Daar houdt hij foto’s van Abicht voor aan festivalgangers en wandelaars, jongeren en ouderen. ‘Heb je deze man gezien?’ ‘Niet het corporate type’, gokt iemand. ‘Hij ziet eruit alsof hij diep nadenkt over iets belangrijks’. En een hippie die iets wegheeft van Abicht zelf: ‘Hij lijkt te kijken naar iets hier en daar tegelijkertijd. Zoals ze zeiden over Jezuïeten: in de wereld maar niet van de wereld.’

 

Eclecticus

Ze blijken er niet ver naast te zitten. Abicht wordt in 1936 geboren in Oostende, en doorloopt zijn school bij de Jezuïeten in Borgerhout. Op zijn achttiende treedt hij in bij het noviciaat in Drongen. Daar leest hij zes jaar filosofie en mystiek, tot hij op een dag in de kerk zit en denkt: ‘dit is theater’. Hij zegt het geloof vaarwel, en wordt overtuigd marxist. Hij gaat filosofie studeren in Gent, trekt naar de Duitse marxistische filosoof Ernst Bloch in Tübingen, en vandaar naar New Brunswick (Canada) en Yellow Springs (VSA). Hij verdiept er zich in de joods-Duitse letterkunde en beweegt zich in Antioch tussen de hippies in de communistische beweging. In Oost-Europa onderzoekt hij de Praags-Duitse auteur Paul Adler voor een doctoraatsscriptie, en in 1984 keert hij terug naar Antwerpen. Hij wordt hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, en maakt zich nuttig als redactielid van zowel linkse als rechtse bladen, als voorzitter van het Masereelfonds en in politiek engagement.

Er zijn zoveel versies van Ludo dat Beddegenoodts ze onmogelijk allemaal kon opnemen. We zien Ludo als betoger, denker en professor, als reiziger, boekenwurm, wandelaar en geliefde. Er zou nog over veel meer Ludo’s iets te zeggen zijn (de nieuw-realistische dichter, het meervoudige prijsdier, het Commissielid, de Streven-redacteur, de zwierige essayist en de literair vertaler van onder andere Neruda en Dickinson…), maar dan zou ‘Ludo: de netflixserie’ een haalbaarder project zijn geweest.

Twijfelaar

Toch slaagt Beddegenoodts erin het waarheidsgetrouwe portret te maken dat als enige kon kloppen: het portret van een man die niet is vastgeroest in een hokje, die zichzelf dwingt te blijven luisteren en zoeken. Het portret, kortom, van een filosoof. ‘Filosofie is radicale twijfel’, leren eerstejaarsstudenten wijsbegeerte. Socrates bleef niet stilstaan bij de verschijningen, maar stelde vragen om door te dringen tot de ware toedracht van de feiten. Volgens die definitie werd Abicht filosoof op zijn zevende. Hij zat de krant te lezen, toen zijn vader hem waarschuwde: ‘Niet alles wat de kranten zeggen, is juist’. Een ongelooflijke revelatie, noemt hij dat zelf in de film. Het is het inzicht dat je je steeds verder kan inlezen, dat de zoektocht naar waarheid en rechtvaardigheid niet ophoudt, en dat je jezelf kan vergissen.

Abicht illustreert het op prachtige wijze, wanneer hij Beddegenoodts meeneemt naar een bron nabij zijn buitenverblijf in de Pyreneeën. Terwijl ze zich een weg slaan door de doornen, vertelt hij over Heideggers beeld van de ‘Holzwege’. Het zijn bospaden die je ergens naartoe schijnen te leiden, maar die in feite doodlopen op een muur van struikgewas. ‘Dan moet je bereid zijn om te zeggen ‘ik heb me vergist’, zegt Abicht. ‘Dat is heel moeilijk’.

Veel mensen blijven geworteld in hun overtuigingen, ook wanneer die hen in de weg staan. Ze blijven staan en durven niet om te keren. Abicht wel, al maakt het hem soms tot eenzaat of paria. Liever dat, dan vastlopen. ‘Ik wil niet behoren tot een club die mij als lid accepteert’, grapt Groucho Marx. Abicht weigert volledig samen te vallen met een club of ideologie, in zoverre dat betekent dat het zoeken zou stoppen. Hij blijft de wrijving van het denken opzoeken, over thema’s en velden heen. In tweeëndertig boeken, talloze artikelen, lessen en gesprekken vertrekt hij telkens opnieuw van die filosofische diepgang en openheid. Dat doet hij over uiteenlopende onderwerpen als de Joodse cultuur, interculturaliteit, samenleven, dialoog, anarchisme, religie en de Vlaamse beweging.

 

Activist

Maar filosofie is voor Abicht geen louter cognitieve aangelegenheid, geen twijfel om de twijfel. Hij voegt er iets aan toe, een betrokkenheid op de ‘dagelijkse problemen van de mensen’, zoals hij het beschrijft in de film. In die zin is hij Marxist van zowel de Groucho- als de Karl-strekking, een zeldzame combinatie. Hij strijdt tegen de onrechtvaardigheid van het kapitalistische systeem en allerhande vormen van verdrukking, steeds vanuit het basisprincipe van democratische dialoog. Zijn rol als filosoof brengt hem buiten de muren van de universiteit; we treffen hem op betogingen voor cultuur en tegen bezetting, op televisie om een Vlaanderen met open geest te verdedigen, en tot in Israël en Palestina om de autonomie van beide volkeren uit te dragen.

Misschien is hij bij het brede publiek vooral bekend om dat laatste activisme: als analist van de Israël-Palestinaverhouding. Hij publiceerde verscheidene boeken over het conflict, geeft geregeld zijn kijk in de media en nam jaarlijks zijn studenten mee ter plekke, van Tel Aviv tot Ramallah. Daarbij blijft hij pleiten voor dialoog, zelfs na de escalatie van de laatste twee jaar. Maar dat resulteert niet in een verzoenend midden zoals vaak het geval is; Abicht is een groot kenner en bewonderaar van de joodse cultuur, maar neemt geen blad voor de mond in zijn uitgesproken veroordeling van de gruweldaden van het Israëlische regime.

Het was ook Palestina dat regisseur en filosoof samenbracht. Abicht schreef het voorwoord van Beddegenoodts eerste fotoboek, The taste of freedom, en verdedigde hem toen die door de zionistische lobby werd geviseerd met zijn documentaire Thank God It’s Friday. Die film was een verslag van een jaar in Nabi Saleh, het dorp in Palestina waar wekelijkse protestmarsen tegen de bezetting werden georganiseerd.[1]

Vanuit het activisme van Abicht kan zijn filosofie nooit een zuiver intellectualisme zijn. De betrokkenheid begint altijd vanuit een doorleefd onrechtvaardigheidsgevoel, en wordt daar in haar denken door geleid. ‘Even wachten nu’, zegt Abicht tegen de camera, wanneer zijn vriendin en co-auteur Brigitte Herremans huilt door de aangrijpende poëtische getuigenis van de Palestijnse dichteres Rafeef Ziadah. En hij legt zijn arm rond Ina, zelf zichtbaar ontdaan, wanneer VRT beelden toont van het onuitsprekelijke leed van het Palestijnse volk. Die betrokkenheid resulteert in een denker die niet argumenteert vanuit het eigen grote gelijk, maar vanuit gesprek en medeleven.

Wegwijzer

Dat was ook hoe Abicht zestig jaar lang lesgaf en studenten inspireerde. Beddegenoodts vertelt dat, wanneer hij met Abicht over straat loopt, het wel lijkt alsof heel Antwerpen les van hem heeft gehad, zoveel mensen spreken hem aan.[2] Met zijn carrière van 60 jaar lesgeven, was hij de oudste actieve Belgische hoogleraar. We zijn in de film getuige van zijn laatste les, waarvoor hij zich uitzonderlijk in kostuum hult.

‘Kijk’, zegt Abicht meermaals in de film, en dan wijst hij naar zijn omgeving of naar een inzicht. Dat is het beeld van lesgeven dat uit deze film spreekt: de meester als degene die de weg wijst, die je de toegang tot informatie geeft en helpt om je eigen weg te zoeken.

Correcte informatie betekent ook wijzen naar het onrecht voor onze neus, en volgens Abicht is dat de grote opgave: mensen niet lam slaan, niet naar het pessimisme drijven. Toch gelooft hij dat het net gedegen informatie is die mensen kan bewegen tot handelen en hoop geeft dat er iets kan veranderen; ‘wanhoop is het gevoel dat je niets meer kan doen’.

Lesgeven is daarbij niet zomaar een secundair doorgeven van de kennis. Het behoort tot de kern van de activistische levenshouding van Abicht, omdat je inzichten moet doorgeven om dingen in beweging te zetten. De film zelf bewijst het succes daarvan: een jonge regisseur die vrijwillig een tachtigjarige volgt, om het vuur van zijn levenshouding door te geven.

 

Levenskunstenaar

Beddegenoodts heeft de stijl om dat te doen. Dit is niet het soort stijve documentaire die de diepe ernst en inzichten van een denker wil vatten. Integendeel, de dynamische montage, muziek en humor maken het bijna tot een feel-good-film, hoewel hij zware thema’s allerminst uit de weg gaat. In die zin is de film van een bedrieglijke eenvoud: we volgen Ludo en Ina terwijl ze een viandel bestellen en kijken naar de boten, maar het is precies met die eenvoud dat Jan de stijl van Ludo weet te vatten.

Misschien is dat op een bepaalde manier jammer, want Abicht heeft die diepe inzichten zeker wel, en er zijn ongetwijfeld vele uren gesprekken en opnames die het niet tot het doek hebben gemaakt. Maar voor de theoretische details van zijn filosofie hebben we de boeken van Abicht. Beddegenoodts brengt eerder een ode aan een bepaalde energie die van de denker uitgaat. En door de film zo menselijk en vertrouwd te houden, is het vooral op een gevoelsmatige manier dat de film ons raakt.

Ludo en Ina tonen elkaar de schoonheid die hen omringt: tekeningen in de zee, een grote vis, de rust van de Antwerpse haven. Het is een film die wijst naar de rijkdom van de wereld. Dat gebeurt ook in de beelden: zo is er een shot van het pittoreske dorpje in de Pyreneeën dat inzoomt tot we bij Abicht zijn en zijn er heerlijke beelden van feestende mensen op het Californische festival en in een carnavalsstoet. In die zin is de film minder dan een portret van Ludo – want een mens vat je niet in een film – maar het is ook meer dan een portret van Ludo: een portret van leven en hoop. En indirect een portret van de regisseur zelf, van de elementen in Abicht – zijn veelzijdigheid, avontuurlijkheid en eigenzinnigheid – die Beddegenoodts moeten hebben aangesproken, en die hijzelf als drijfveren volgt.

 

Wereldreiziger

Die rijkdom vloeit ook voort uit alle plekken waar we Ludo volgen. De film start als een roadtrip, met de auto op zoek naar Ludo, en als kijker reizen we mee naar de plekken van zijn leven. In Californië ontmoeten we hem op een festival en langs de meanderende westkust, in Nabi Saleh bij de Palestijnse activiste Ahed Tamini die vertelt dat de bezetting er niet alleen één van het land, maar ook van de geest is. In België, op straat, bij het Steen in Antwerpen waar kaarsen worden aangestoken worden voor het Palestijnse volk.

Levenslust en strijdlust gaan samen in deze film. De open intellectuele houding van Abicht wordt er ook een letterlijke openheid naar de wereld toe. Hij beweegt in verschillende culturen en levenswijzen en ontdekt zo perspectieven die we vanuit onze Europese geborgenheid anders misschien zouden missen.

 

Metgezel

Ontmoeten is een constante in de film. Ook in sociale zin is het geen portret van de geïsoleerde filosoof. Beddegenoodts schetst een portret van Abicht doorheen anderen. Hij omringt Ludo met zijn vrienden, studenten en collega’s, en filmt hen terwijl ze schoonheid en verdriet met elkaar delen. Het is de Ubuntu-filosofie waar Abicht in zijn laatste boek naar verwijst: ik ben door jou – de mens niet als een afgezonderd individu dat van daaruit relaties aangaat, maar dat zelf gevormd wordt doorheen die relaties.

We zien hem aan de zijde van choreograaf  Sidi Larbi Cherkaoui, Midden-Oostenexperte Brigitte Herremans, Borgerhouts schepen Aïssatou Cissé, actrice Jolente De Keersmaeker en de regisseur zelf. Er is een wederkerigheid in die relaties; het zijn mensen die Abicht inspireerde via zijn boeken, lessen en gesprekken, maar die hem omgekeerd ook inspireren en die zijn missie verderzetten en verrijken over generaties heen en in verschillende richtingen – artistiek, academisch, politiek.

In een interview met Jan Becaus, dat in de film getoond wordt, zegt Abicht dat hij ‘tolerantie’ een lelijk woord vindt. Niet omdat we intolerant moeten zijn, maar omdat samenleven zoveel meer vereist: uitgaan van echte interesse (inter-esse) en communiceren met anderen. En niet alleen met gelijkgezinden; een zionistische vrouw die Abicht wekelijks uitscheldt, nodigt hij uit voor een gesprek.[3] Het is het soort links dat we broodnodig hebben in een wereld van echokamers, dat zijn radicaliteit niet opoffert voor een consensus zonder scherpe randjes, maar wel zijn radicaliteit vindt doorheen de dialoog, en aan zichzelf durft twijfelen.

De gerichtheid op de ander is het sterkst in de liefde, en Beddegenoodts plaatst Ina, de vrouw van Abicht dan ook centraal in beeld. De ode aan Abicht is tegelijkertijd een ode aan hen als koppel, aan wat het betekent om thuis te komen bij iemand en elkaar te begrijpen zonder woorden. Wanneer Abicht zijn stembanden heeft laten opereren, spreekt Ina voor hem. De hand van Abicht die rust op Ina’s rug tijdens een betoging neemt Beddegenoodts in close-up, terwijl Cohens ‘dance me to the end of love’ speelt.

 

Tuinfilosoof

De filosoof staat tussen de mensen en in de wereld, en dat betekent in deze film betrekkelijk vaak ook in de natuur. Abicht wil geen ‘kamergeleerde’ zijn, zoals hij het zelf uitdrukt, en ondanks zijn gevulde boekenkast, zien we hem in deze film vooral filosoferen in de tuin. Over kapitalisme spreekt hij door naar de gulzige motten te wijzen die zijn vijgenboom leegeten. Hij keuvelt met een aalscholver in het park, en wiedt met gezonde werklust zijn gazon in de Provence.

Het deed me denken aan een interview met Paul Ricœur uit 1974, ook ergens in een park, waarin hij zegt in de natuur steeds opgeslorpt te worden door kleuren, vormen en licht. Tegenover het ‘je pense, donc je suis’ van Descartes, parafraseert Ricœur zijn leermeester, Jean Wahl : ‘je pense, je suis quelquefois, je pense quelquefois, je suis’, en voegt eraan toe; ‘eh bien, au jardin, je suis’. Daarmee doorbreekt hij het beeld van de filosoof die samenvalt met een abstract denken;  Ricœur stelt dat we af moeten van het idee dat ons denken losstaat van ons lichaam en de wereld.[4]

            Abicht doorprikt het idee van de filosoof in zijn ivoren toren, die ‘fijne kantjes van gedichten van Rilke ontleedt’. Dat moet er ook zijn, zegt Abicht, maar het is niet genoeg. Hij pleit voor een filosofie die zichzelf niet opsluit, die zich bewust is van de mens te midden van een levend en bewegend universum.

 

Voorvechter

Natuur brengt ons bij het beeld dat de film opent en sluit: dat van de springende kikker. Abicht verwijst ernaar in de afscheidsplechtigheid van zijn lescarrière die hij ontroerd afsluit; als we luid genoeg kwaken en spartelen in de sprong die ons gegeven is, misschien dat de rimpelingen die we veroorzaken ons dan een tijdlang overleven.

Het is de bekende kikkerhaiku van Basho:

de oude vijver
een kikker springt
geluid van water

Of, zoals het in de film klinkt:  ‘In de oude vijver springt een kikker, plons’. De kikker vertegenwoordigt iets dat opklinkt in een wereld die we al te goed kennen. Hij opent de wereld, hij wijst naar andere mogelijkheden. De hoop van Abicht is nooit een misplaatst optimisme in een wereld van te veel lijden. Het betekent wel ons bewust worden van de muren waartegen ons denken aanloopt, en er niet voor terugdeinzen. ‘Als je doorgaat, raak je misschien ergens’, zegt Abicht. ‘Voor mij is dat een essentieel woord, misschien’.

‘Weitermachen’, vat hij de zin van het leven samen – of beter: vat zijn vrouw het voor hem samen, wanneer hij letterlijk sprakeloos is. Het blijkt het zinnetje dat op het graf van de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse staat: vanuit de dood zelf spoort die de voorbijganger aan tot actie. Alles in deze film roept ons op tot ‘weitermachen’: ondanks de leeftijd, ondanks het lijden, ondanks de stugheid van zovelen iets proberen met de korte tijd die ons gegeven is. (Je betrapt jezelf op de gedachte, waarbij Abicht zelf misschien het hoofd zou schudden: waren alle ‘oude witte mannen’ maar zo – minder bezadigd en ingeslapen, meer doordesemd van de urgentie van het wereldverbeteren dat jonge dromers zichzelf tot doel stellen). Rebel tot de laatste snik, zoals Abicht zegt.

Hij weigert in te slapen en vast te roesten. Het beeld van Ina die tegen het einde van de film met haar rollator de Palestinabetoging doorbreekt, vat het samen. Het is door mensen die zich als zij en Abicht in de voorhoede durven gooien, ongeacht de erkenning die hen dat oplevert, dat de wereld blijft draaien. Als mensen hun voorbeeld volgen, kunnen ze iets in beweging zetten, misschien. Dan verandert de mensenzee in Brussel, die de rode lijn trekt tegen Palestina, samen met de groene bomen en de zwarte gebouwen, in de vlag van Palestina. Zo is deze film een ode aan de kracht van individueel denken en collectief verzet. Als Ludo ergens te vinden is, dan wel in die combinatie.

 

Searching for Ludo is te zien:

  • 24 maart 2026: Cinema Ritcs, met een vertoning van Hiroshima mon Amour, ingeleid door Ludo Abicht, Brussel
  • 4 april 2026: Dag van de filosofie in De Singel, Antwerpen
  • 12 april 2026: Knetterende Geesten @ Cinema Lumière & Masereelfonds, Brugge
  • 19 april 2026: Knetterende geesten @ Filmhuis Mechelen, Mechelen

[1] Stijn Tormans, “Jan Beddengenoodts maakt film over filosoof Ludo Abicht: ‘Zelfs in een rolstoel zal ik het kapitalisme nog bestrijden’, Knack, 26 november 2025, https://www.knack.be/nieuws/belgie/jan-beddegenoodts-maakt-film-over-filosoof-ludo-abicht-zelfs-in-een-rolstoel-zal-ik-het-kapitalisme-nog-bestrijden/.

[2] Niels Delport, ““Altijd nieuwsgierig, altijd ontdekkend, dat is Ludo”: filmmaker Jan Beddegenoodts deed er tien jaar over om Ludo Abicht te zoeken en te vinden”, Gazet van Antwerpen, 29 november 2025, https://www.gva.be/regio/antwerpen/regio-antwerpen/antwerpen/altijd-nieuwsgierig-altijd-ontdekkend-dat-is-ludo-filmmaker-jan-beddegenoodts-deed-er-tien-jaar-over-om-ludo-abicht-te-zoeken-en-te-vinden/108144345.html.

[3] Stijn Tormans, “Jan Beddengenoodts maakt film over filosoof Ludo Abicht: ‘Zelfs in een rolstoel zal ik het kapitalisme nog bestrijden’, Knack, 26 november 2025, https://www.knack.be/nieuws/belgie/jan-beddegenoodts-maakt-film-over-filosoof-ludo-abicht-zelfs-in-een-rolstoel-zal-ik-het-kapitalisme-nog-bestrijden/.

[4] Radio-Canada Archives, Entrevue avec le philosophe Paul Ricœur en 1974, https://www.youtube.com/watch?v=I5z7bV_i7EI.

De snobs slaan de plank mis
Bird: de urban jungle en de verdwijnende horizon...
Godland: een andere christenreis
Sloterdijk en zijn verwilderde verticaliteit
The New Pope ofwel: Ecce Homo – Zie...
Een gemeenschap van eenzame wandelaars (II)
Een gemeenschap van eenzame wandelaars (I)
De banaliteit van het moreel kompas
De windstilte van de ziel
Hannah Arendt over denken als verzet in duistere...
Camus over mateloosheid als crisis van het mens-zijn
Beschermen zonder af-schermen
Albert Camus over revolte en gematigde burgerlijke ongehoorzaamheid
Crisis Zonder Oordeel
Besluit: Van ik naar wij
Vrijheid tegen wil en dank
Een einde aan de eindtijd
Een pleidooi voor historisch begrijpen
Zelfzorg en opofferingsmoraal
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Waarom net deze tijd Habermas nodig had
Religie en de moderne tijd
De overdreven lijdensweg van Rocco
Waar komt moraliteit vandaan? Een dialoog in mij
De vele levens van Ludo Abicht
Onvrije wil
Bladwijzers in Boek Europa
De maakbare mens
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)