Bird: de urban jungle en de verdwijnende horizon van rechtsstaat en democratie

Bird en de urban jungle

De film Bird (2024) van de Britse regisseur Andrea Arnold is een mooie productie, maar vrolijk is zij beslist niet. De magisch-realistische film volgt een episode uit het leven van de twaalfjarige Bailey, een meisje dat opgroeit in de urban jungle van een moderne Engelse stad, waar zij met haar ontspoorde vader en haar halfbroer Hunter in een uitgewoond bouwsel woont dat een huis moet voorstellen. Afgezien van de biologische band en het feit dat zij hetzelfde dak boven hun hoofd hebben, is er weinig connectie. Hunter en zijn vrienden doen aan gewelddadige eigenrichting. De vader, Bug, is vooral bezig met zichzelf en zijn nieuwe vriendin Kayleigh, die hij nog maar kort kent en met wie hij nu wil gaan trouwen.

De moeder van Bailey woont elders in de stad met een reeks andere kinderen. Er komt een vriend over de vloer die niet de vader van die kinderen is. Wanneer hij er is, heerst er een sfeer van agressie. De volwassenen zijn verder weinig thuis. De kleine kinderen moeten zichzelf zien op te voeden, tussen de lege drankflessen en de verdere rommel in.

Bailey probeert er het beste van te maken. Op een ochtend ontmoet zij de mysterieuze jongeman Bird, die eerst op zoek is naar zijn moeder, die hij niet vindt, en later naar zijn vader, die hem afwijst. Op de een of andere manier blijven de paden van Bailey en Bird elkaar kruisen en er ontstaat een zekere band. Na allerlei verwikkelingen probeert Bird de moeder van Bailey te redden van mishandeling door haar vriend. Bird lijkt het onderspit te delven. Hij verandert dan in een grote vogel, overmeestert de agressor, en vliegt weg, met de vriend in zijn klauwen. Op de huwelijksreceptie van de vader van Bailey verschijnt Bird om afscheid van haar te nemen. Haar ogen lichten even op als vogel-ogen en een glimlach verschijnt op haar gezicht.

 

De urban jungle en de natuurtoestand

In zijn magische verschijning is Bird een modern sprookje. De goede afloop is relatief, maar in het slot gloort een sprankje hoop. Met een beetje geluk is dat voor Bailey net voldoende om de uitdagingen aan te gaan die het leven haar stelt.

In zijn realisme schetst Bird een grimmig beeld van de samenleving. Het leven in de urban jungle is voor Bailey misschien net geen Hobbesiaanse natuurtoestand van een oorlog van allen tegen allen, maar het rooskleurige beeld van de natuurtoestand van Locke is dat leven beslist niet. Het is een survival tour, waarin de survival vooral is weggelegd voor de fittest. Mechanismen om op terug te vallen, zijn er niet of nauwelijks. Zelfs in de basale vorm van een familieverband is daarvan nauwelijks sprake.

 

Rechtsstaat

Voor beoefenaren van het staatsrecht biedt Bird daarmee food for thought. Hoe krachtig ook, Bird toont de urban jungle natuurlijk slechts vanuit het perspectief van één persoon. Wat Bird desondanks impliciet, maar indringend laat zien, is de afwezigheid van instituties. Er komt geen ziekenhuis, school of welzijnsinstelling ter sprake. Er is geen kerk, er is geen overheid. Na een eigenrichtingsactie van de halfbroer van Bailey en zijn vrienden klinkt in de verte even een voorbijgaande sirene, maar politie is niet in zicht. In het land en in de stad waarin het verhaal zich afspeelt, zijn die instituties er beslist. Zij maken echter geen deel uit van de levens van de mensen in Bird. Zij zijn in die zin non-existent. Hun ordenende, beschermende en normerende functies zijn voor de bewoners van de urban jungle geen realiteit.

 

Democratie

Even ver weg – en misschien nóg verder weg – is democratie. Formeel is die er natuurlijk wel. Aan de levens van de mensen in Bird gaat die echter voorbij. Er is slechts een soort ‘maatschappelijke democratie’, niet in de Tocquevilliaanse zin van een proto-democratie die een voorwaarde vormt voor ‘de kunst om vrij te zijn’, maar een precair maatschappelijk evenwicht dat fysieke en mentale zelfredzaamheid veronderstelt. Het beste waarop gehoopt kan worden, is enig verantwoordelijkheidsgevoel van een directe naaste; vanzelfsprekend is dat echter niet.

 

Rechtsstaat en democratie

De democratische rechtsstaat moeten wij natuurlijk niet verwarren met materiële welstand of vereenzelvigen met het hoogtepunt van de sociale verzorgingsstaat zoals wij die kenden in de tweede helft van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Het is ook goed om bij tijd en wijle stil te staan bij het feit dat de aanloop tot de democratische rechtsstaat, zoals wij die in de twintigste eeuw zijn gaan formuleren, maatschappelijke misstanden kende. Ook op onze tijd zal zonder twijfel in die zin worden teruggekeken, misschien op manieren die wij nu niet eens kunnen bevroeden. Desalniettemin laat Bird zien dat een democratische rechtsstaat ook in zijn louter formele gestalte meer behoeft dan een bestaan op papier. Bovendien heeft een democratische rechtsstaat om te kunnen werken een zekere basis in de samenleving nodig en dan gaat het niet alleen om materiële zaken. Staatsinstellingen zelf creëren immers nog geen bezielend verband met daaraan inherente waarden en taboes.

En de urban jungle? Wie denkt dat die vergezocht is, zou eens kunnen denken aan no-go-areas die sommige Europese steden inmiddels kennen. Zelfs bij Bird is daarvan nog geen sprake.

Ontsnappen aan de omstandigheden is voor een enkeling soms mogelijk. Dat gold voor Bird en voor Bailey. Staatsrechtbeoefenaren kunnen echter niet om de vraag heen naar de reële betekenis van de rechtsstaat en democratie en hun bestaansvoorwaarden, zowel in de urban jungle als daarbuiten.

 

* Deze tekst is eerder verschenen op de site www.nederlandrechtsstaat.nl (12 mei 2026).

 

 

Reageren? Mail naar: Sophie.vanBijsterveld@ru.nl

 

Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit.

 

 

Van wie zijn onze dagen?
Apocalyps, wanneer?
De snobs slaan de plank mis
Bird: de urban jungle en de verdwijnende horizon...
Godland: een andere christenreis
The New Pope ofwel: Ecce Homo – Zie...
De overdreven lijdensweg van Rocco
De vele levens van Ludo Abicht
Een buitenaards geschenk: Arrival
Corpus Christi: een relaas over gebrokenheid en verzoening
Babette’s Feast en de heiliging van het leven
The Truman Show: de vrije wil opnieuw bezocht
Gitzwart en toch geestig: Memories of murder van...
Des Hommes et des Dieux: waarvan getuigen wij?
Spaceman – Op zoek naar betekenis in de...
Megalopolis: ‘The riches of an Emersonian mind’
Adam’s Apples: een absurdistisch bekeringsverhaal
De treurnis van onnodige biopics
Spaceman – Op zoek naar betekenis in de...
Small things like these: naastenliefde voorbij de vrijblijvendheid
Hoe je met grauw realisme naar het Sublieme...
The Young Pope: meer dan een studie in...
De ambivalente ruwheid van Léon Morin, prêtre
Vergeten nog voor het ooit bestond: Reflections in...
De Laatste Generatie of de Eliminerende Massa: daar...
Dune – een film die aanmoedigt om verder...
Zo interessant is The zone of interest niet
Netflix Messiah: een verrassende thriller
Een hutspot van twijfelachtige kwaliteit: Poor things van...
Napoleon – het Waterloo van Ridley Scott