Ludo Abicht*

 

Het boek De Bagdad Berlijn Express van Ana van Es is een van die aantrekkelijke boeken op de grens tussen goede, want gefundeerde en eminent leesbare, journalistiek en algemeen toegankelijke geschiedschrijving. De auteur, die overigens al in 2018 De Tegel, de prijs voor Nederlandse journalistiek toegekend door een vakjury, heeft gekregen, gebruikt de complexe geschiedenis van de spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad en de met dat project verbonden dromen en intriges om ons in te wijden in de gebeurtenissen die sinds het begin van de twintigste eeuw het Midden-Oosten hebben gemaakt, gebroken en herschapen. Maar wie zich aan deze regio waagt, zit al gauw drieduizend jaar vroeger, van de opstelling van de zuil van Hammurabi, het begin van onze rechtsstaat, en het Perzische rijk tot de bijna tastbare begeerte van de westerse industrielanden die deze (invloed)rijke streek zo’n beetje als familiaal erfgoed zijn gaan beschouwen. Prestige, onze Bijbelse wortels en olie, weet u wel.

De auteur maakt dankbaar gebruik van de materiële en politieke geschiedenis van de Berlijn-Bagdad Express-trein om aan te tonen hoe de spelers en slachtoffers van de twee wereldoorlogen daarbij actief betrokken zijn geweest. Wanneer bijvoorbeeld de Engelsen het gedegen en ogenschijnlijk zuiver wetenschappelijke Duitse archeologisch onderzoek – wie dat betwijfelt moet maar eens de Museumsinsel in Berlijn bezoeken om te begrijpen hoezeer das deutsche Wesen en vooral het Duitse zelfbewustzijn met deze archeologische en filologische expedities waren verbonden – letterlijk boycotten door als het ware louter toevallig een nieuwe wetenschappelijk onmisbare site (Tell) te ontdekken en te exploiteren die, alweer toevallig, net op het door de Duitsers geplande traject van ‘hun’ spoorlijn ligt, is hier eerder sprake van een diplomatieke oorlog dan van louter wetenschappelijk competitie. Of wanneer amateur wetenschappers als T.E. Lawrence (of Arabia) met evenveel recht als Midden-Oostenkenner én als spion mogen worden herinnerd, en tussendoor als auteur van een van de beste inleidingen in het Arabische wereldbeeld, wordt het interessant. Dat bijvoorbeeld Gertrude Bell vooral een belangrijke figuur in de Britse buitenlandse politiek is geworden, verwondert ons niet, maar wat deed een beroemd misdaadauteur en society lady als Agatha Christie keer op keer in de regio? En wat moeten we denken van de sympathie van Duitse diplomaten (en archeologen) als Max von Oppenheim en vele anderen voor een agressieve vorm van het ontwakende Arabische fundamentalisme? De Jihad als instrument van het Europese imperialisme?

Kortom, wat heeft dit alles van ver én nabij te maken met het Sykes-Picot akkoord dat nog altijd de politiek in het Midden-Oosten beïnvloedt? Ik vermoed dat de auteur met opzet slechts in de marge over het zionisme schrijft, om haar verhaal niet nog complexer te maken dan het al is, maar het spookt wel in het achterhoofd van de meeste lezers, want zoveel beslissingen uit deze periode werken vandaag nog onverminderd voort.

Het boek begint uiteraard in Bagdad Centraal vandaag, waar plannen worden gesmeed voor een nieuwe, dit keer succesrijke uitgave van de Bagdad Express.

Met dit significante verschil, dat de borden over de belangrijkste eindstations er nu eerder verwijzen naar Teheran en Beijing dan naar Berlijn, Parijs of Londen.

 

Ana van Es, De Bagdad Berlijn Express, 2024, De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, paperback, 303 blz. ISBN 978 94 031 8401 2, € 23,99