Waar komen woorden vandaan? Niet in een etymologische zin, maar wel: waarom zijn sommige begrippen op een bepaald ogenblik populair en schier alomtegenwoordig, terwijl ze voordien een veel obscuurder bestaan kenden en nauwelijks gebruikt werden, behalve misschien in vaktechnische discours?
Tot twintig jaar geleden kwam je polarisatie wel eens tegen in de vakliteratuur over de Koude Oorlog, en wellicht nog iets vaker in fysicahandboeken, waar het begrip betrekking heeft op de “uitlijning van de trillingsrichting van een golf of de oriëntatie van elektrische ladingen in een materiaal”. Vandaag lijkt polarisatie echter dé term bij uitstek die mensen hanteren om hun analyses van de hedendaagse samenleving te stofferen. We leven in ‘gepolariseerde tijden’. Men toont zich verontrust door ‘de toenemende polarisatie’.
Maar ondanks het veelvuldige gebruik blijft het begrip opmerkelijk vaak ongedefinieerd. De nauwgezette conceptuele distincties die sociale wetenschappers zo graag maken (bijvoorbeeld tussen ideologische en affectieve polarisatie, of tussen reële en gepercipieerde polarisatie) blijven hangen in academische tijdschriften. Ze dringen niet echt door in publieke debatten en actuele analyses. In het dagelijkse gebruik figureert polarisatie bovendien overwegend als een eenduidig negatief fenomeen. ‘De polarisatie speelt onze samenleving uiteen.’ Zolang het niet vijandig of gewelddadig wordt, maken sommige vormen van polarisatie echter integraal deel uit van een democratische samenleving, bijvoorbeeld in activisme of partijpolitiek.
Onvermijdelijk als het over polarisatie gaat, is ook de vraag of ‘de polarisatie toeneemt’. Eerlijk, als ‘polarisatie-expert’ (ik pleit schuldig: dat is een label dat soms op me kleeft) heb ik geen eenduidige antwoorden op die vraag. Voor de Europese context is er nog veel empirisch onderzoek te verrichten. En als historicus moet ik opmerken dat er vroeger ook best veel polarisatie was (tussen girondijnen en jakobijnen bijvoorbeeld, tijdens de wereldoorlogen, of tussen liberalen, katholieken en socialisten tijdens de verzuiling, toen de samenleving in vele dimensies gepolariseerd was, van partij en vakbond tot gemeentelijke turnkring).
Misschien is het niet zo zinvol te vragen of ‘de polarisatie toeneemt’. Die fluctueert namelijk doorheen de decennia. Maar wel: in welke context, in welk tijdsgewricht vindt de polarisatie plaats? In de decennia na WOII was er polarisatie tussen mensen die zich tot verschillende zuilen bekenden. Maar dat gebeurde in een veeleer stabiele context. Vandaag leven we echter opnieuw in bewogen tijden, in tijden waarin alles lijkt te schuiven, vergelijkbaar met vroegere periodes van grote transformaties, zoals de periode van reformatie en contrareformatie, de late 18e eeuw, de Europese Belle Epoque.
Dit leidt tot volgende hypothese. Zou het kunnen dat we het begrip polarisatie niet zozeer gebruiken als een trefzeker analyse-instrument, maar veeleer als betekenisgever om gevoelens van onbehagen, een ervaring van crisis en een diepe angst dat het geweld zou kunnen terugkeren tot uitdrukking te brengen?
Als deze interpretatie steek houdt, zou die kunnen verklaren waarom verwijzingen naar polarisatie zo vaak samengaan met dat andere lid van het populaire begripskoppel: verbinding.
Als in: we moeten verbinden, niet polariseren.
Die frase is vandaag alomtegenwoordig – van beleidsplannen van lokale besturen tot posters in Nederlandse stations. Een nobel idee uiteraard, dat streven naar verbinding. Het zou vreemd zijn mocht ik me er als vredesonderzoeker zonder meer van willen distantiëren. Toch zijn er enkele kanttekeningen te maken. Verbinding (net als harmonie) is een hoge lat om te halen in sociale relaties. Een maatschappelijk equivalent van polsstokspringen voor gevorderden. Soms ervaren we inderdaad gevoelens van verbondenheid (tijdens een goed gesprek bijvoorbeeld, of een mooi concert). Maar in een complexe samenleving nemen onze relaties wellicht vaker andere vormen aan dan verbinding. We hebben conflicten (en proberen die geweldloos te hanteren); soms gaan we beleefd al te heikele onderwerpen uit de weg (om goede relaties niet nodeloos onder druk te zetten); we werken pragmatisch samen (omdat we weten dat dit wederkerige baten oplevert); we leven naast elkaar zonder elkaar als vijand te zien; en – oud maar nog niet versleten begrip – we tolereren elkaar (ook al zijn we het hartsgrondig oneens of vinden we elkaar niet zo aangenaam). Al die relaties zijn nuchterder en pragmatischer dan verbinding en harmonie. Maar – belangrijk – het zijn alle geweldloze relaties. Sommige onderzoekers vatten deze complexe constellaties van geweldloze relaties onder de noemer van dagelijkse vrede. Dat klinkt misschien niet als een erg idealistische of hooggestemde vorm van vrede. Maar dagelijkse vrede maakt het wel mogelijk om, ook in complexe samenlevingen, geweldloos samen te leven.
Dat brengt me tot de volgende gedachte. Zolang we polarisatie/verbinding niet op een tastbare manier invulling geven, biedt het begripskoppel weinig richting voor beleid en praktijk, bijvoorbeeld voor leerkrachten en lokale ambtenaren die in hun dagelijkse werkzaamheden zoeken naar concrete manieren om te reageren op de vele spanningen en tegenstellingen die op hen afkomen. En zolang we polarisatie/verbinding niet op een pragmatische manier operationaliseren, lijken onze veelvuldige verwijzingen ernaar vooral uiting te geven aan gevoelens van crisis en onbehagen, en een diepe wens om niet ten onder te gaan aan de vele spanningen en conflicten in de wereld rondom ons.
Daarom deze suggestie. Om richting te geven aan ons handelen, én om de inzet van dat handelen in deze bewogen tijden scherper te stellen, is het zinvol om ook een ander begripskoppel in gedachten te houden: geweld/vrede.
Geweld: als de grens van democratisch samenleven en tolerantie, het risico dat we moeten vermijden en de uitdaging waar we voor staan, meer bepaald het verhinderen van escalerend geweld. En vrede: als de opdracht die we dagelijks op ons nemen, in onze onmiddellijke leefomgeving (familie, school, werk, wijk), als burgers in een democratische samenleving, en in onze visie op internationale politiek.