De afbouw van het kristalpaleis

Als men goed luistert, wordt algauw duidelijk dat het in de wereldgeschiedenis wemelt van de subtiele overeenkomsten. Zelfs het opmerken van dit déjà-vu-gevoel is in historisch opzicht geen nieuwtje. In het liedje Oostende van Spinvis klinkt bijvoorbeeld het volgende: ‘De geschiedenis herhaalt zich nooit / Maar rijmt altijd een keer’. En ook Marx schreef over de staatsgreep van Louis Bonaparte ‘dat alle grote wereldhistorische feiten en personen als het ware tweemaal optreden… de ene keer als tragedie, de andere keer als klucht.’ Het clownachtige optreden van Donald Trump en achterban in de Verenigde Staten is voor velen precies zo’n ridicule ‘tweede akte’ in de zin die Marx bedoelde, waarbij tal van opiniemakers het zelfs aandurven behoorlijk expliciete parallellen te trekken met de tragedies van de twintigste eeuw. De vraag voor mij is hoezeer het ‘kluchtige’ in dit geval zal doorwegen; al te vaak betrap ik mezelf erop de hele rompslomp niet erg serieus te (kunnen) nemen, en vraag ik me af of er niet ook iets kluchtigs schuilt in de hysterici van wie de stem overslaat telkens wanneer het oranje gevaar ten tonele verschijnt. Men hoeft echter geen hystericus te zijn om zich behoorlijk misnoegd te voelen. Zelfs een doorgewinterde ‘decadent’ die zijn ziel aan de cynische rede heeft verkocht, vindt nog een greintje waarheid in de grimmige voortekenen die door onze hedendaagse ingewandenschouwers worden ontwaard.

Zo is er de slinkse ongrijpbaarheid van Trump als figuur: een leugenaar en grappenmaker wiens leugens en grappen voortdurend in elkaar overlopen; een miljardair ‘van goeden huize’ die zich desondanks zou ontpoppen tot gebrandmerkt ‘outsider’; een ‘hyper-viriele’, megalomane ‘barbaar’ over wie het Amerikaanse magazine Politico in 2016 echter zou schrijven dat hij veruit de vrouwelijkste manier van communiceren had van alle toenmalige presidentskandidaten (Hillary Clinton inbegrepen); een ‘show-host’ die zich uitgeeft voor ‘businessman’ die zich uitgeeft voor ‘politiek strateeg’ die zich uitgeeft voor ‘cultuurstrijder’. In elk opzicht is deze man wat Nietzsche, met een bijzondere aanleg voor eufemismen, ‘bedenkelijk’ zou hebben genoemd. En inderdaad heeft de hele vertoning van Trump iets weg van het vulgair-nietzscheaanse, iets dat zich, in de monsterachtigheid en bedenkelijkheid ervan, bijna noodzakelijk ‘voorbij goed en kwaad’ afspeelt. In naam van deze ene man werd immers een Dionysisch monsterverbond van jewelste (zelfs ‘tussen gepeupel en elite’) gesmeed, waarin alle onderaardse pijn en tegenspraak van een etterend neoliberaal regime aan het daglicht zijn gekomen.

Maar net dit laatste beduvelt de doordeweekse pogingen om vat te krijgen op het verschijnsel Trump. De boude bewering dat Trump een fascist in spe zou zijn (en niet louter een boerse populist), wordt geproblematiseerd door de psycho-politieke context die ten grondslag aan zijn groteske fratsen ligt. In Trump herkennen we weliswaar met enig recht de ‘gentleman… met een onwelgevallig, of liever gezegd een reactionair en ironisch smoelwerk’ waarover de ‘ondergrondse man’ van Dostojewski het heeft in zijn tirade jegens ‘het kristalpaleis’. Maar volgens Peter Sloterdijk zou datzelfde ‘kristalpaleis’, vroeger nog een wazige droom, in de laatste zoveel decennia zelf vreeswekkende, jawel, zelfs totalitaire, proporties hebben aangenomen. Het ‘kristalpaleis’ doet daarbij dienst als metoniem voor de vermetele poging om wat de Russo-Franse Hegeliaan Alexandre Kojève de ‘universele homogene staat’ (of tegenwoordig: de ‘world community’, de ‘wereldbinnenruimte’, een ‘transparante, verlichte ruimte zonder grenzen’) noemde, uit te bouwen; zij duidt bovendien op de ‘mensenverslindende structuur’ van ‘de macht van het geld, de pure beweging en de ophitsend-verdovende genotsmiddelen’ die door de neoliberale wereldorde in stand worden gehouden.

In tegenstelling tot Trump, die geen ideologie lijkt te hebben buiten de typisch Amerikaanse drijfveer om, zoals Sloterdijk aangeeft, zich terug te trekken uit de geschiedenis en de zwaarmoedigheid van Europa en de rest van de wereld opnieuw in te ruilen voor een ‘hyperoptimistische’ massapsychose (de zogeheten ‘American Dream’), zijn de beheerders van ‘het kristalpaleis’ al lang bezeten door een quasi-totalitair messianisme dat weliswaar slechts qua type (maar niet qua bijzonderheden) overeenstemt met de totalitarismen van weleer. De Amerikaanse filosoof Sheldon S. Wolin schreef over de neoconservatieve Bush-Cheney-regering van de vroege jaren 2000 dat deze over een vorm van ‘geïnverteerd totalitarisme’ presideerde. Geïnverteerd totalitarisme heeft als meer mondain evenbeeld de uiterst banale sfeer van ‘corporate America’, waarop de oude totalitaire voorliefde voor charismatische leiders niet langer van toepassing is. In die zin is ‘geïnverteerd totalitarisme’ een puurdere vorm van totalitarisme, namelijk een volwassen geworden en volstrekt ongeremd ‘bureaucratisme’ – wat Hannah Arendt de ‘rule by Nobody’ noemde – waarbij het efemere karakter van totalitair leiderschap tot het uiterste wordt doorgedreven.

In de Bush-Cheney-jaren nam ‘geïnverteerd totalitarisme’ de vorm aan van ‘oecumenische democratisering’ aangedreven door ‘permanent global war’ met ‘politiek disengagement’ eerder dan ‘massamobilisatie’ als noodzakelijke bestaansvoorwaarde. Een mildere variant van deze bestuursvorm werd overgenomen door Barack Obama en vervolgens door de Biden-Harris-regering. Tot de grote vertwijfeling van haar meer populistische voorstanders kreeg Kamala Harris zo in 2024 zelfs een ‘endorsement’ van Dick Cheney en kon ze op de ‘campaign trail’ gezien worden met Liz Cheney aan haar zijde.

Wellicht schrijft men Trump totalitaire neigingen toe omdat zijn hyperbolische spreekstijl en algemene karakteriële vulgariteit vergelijkbaar zijn met de klassieke demagogie van de bekendste twintigste-eeuwse terreurzaaiers. Als we Trump echter van totalitarisme mogen verdenken, dan zal dit eerder het vooropgestelde totalitarisme par défaut van de (industriële) bourgeoisie als zodanig zijn. Zoals Arendt terecht stelde was ‘de politieke filosofie van de bourgeoisie [in zeker opzicht] altijd “totalitair”; zij ging altijd uit van een identiteit tussen politiek, economie en maatschappij, waarbij politieke instellingen slechts dienden als façade voor privédoeleinden.’ Ondanks de gestage afbouw van het kristalpaleis die zij (mogelijk voorbarig) inaugureert, zal het ‘startup-futurisme’ van het Trump-Musk-duo niet afwijken van dit algemene paradigma. In plaats van ‘total terror’ en ‘permanent global war’ (Trump lijkt eerder een aversie te hebben tegen aanslepende oorlogssituaties), zal de nieuwe regering toch het basiskenmerk van het burgerlijke totalitarisme in ere houden: de ‘essentie van overheid’ als aandrijver van ‘beweging ter verdere beweging’ (zelfs tot en met de kolonisatie van andere planeten). Wat dat betreft, is Trump niets nieuws onder de zon, maar daarom ook niet minder verfoeilijk.

Postpartum overpeinzingen
Aan mijn IMBY-buur: hulde!
Polarisatie/verbinding: kanttekeningen bij een populair begripskoppel
ChatGPT censureert uw teksten
Memoria technica
Wolken en wapens
Gal als remedie tegen onverschilligheid
De spiritualiteit van de sedisvacatie
Een mentale gezondheidscrisis los je niet op met...
Maart 2025: the Ides of March of der...
In het dal der sentimenten
Nooit meer energiearmoede
De afbouw van het kristalpaleis
Filosofie te koop
Grootinquisiteur of Samaritaan?
Lasagnefobie
Politiek van de liefde: blijft de plaats van...
Over straflust en de nood aan begrenzing
2024: De democratie onder druk?
Wie zuiverheid claimt, creëert onwillekeurig zondebokken
Geeft de EU om mensenrechten buiten haar grenzen?
De Koran verbranden: vrije meningsuiting of ‘hate speech’?
Ontgroeien of groene groei? Als de kat maar...
Pleidooi voor iets meer torteltuin
De anachronistische deugd gastvrijheid
Vijf maal schuldig en apetrots
Glinsteringen in het grauw
De blinde vlek der beeldenstormers
Hopeloosheid?
Mogen we nog (vergelijkend en nuancerend) denken?