De afgelopen weken stonden in het teken van beelden. Godsbeelden. Het begon met een bericht dat presentatoren van Studio Brussel het in hun onbezonnen enthousiasme een goed idee vonden om tijdens een ludieke actie een Jezus- en Mariabeeld aan diggelen te slaan. Tijdens een follow-up interview daagde het langzaam bij deze eigentijdse beeldenstormers dat ze zich op glad ijs hadden begeven. Door zich goede cultuurchristenen te tonen en schaapachtig het boetekleed aan te trekken, wisten ze zonder al te veel kleerscheuren te ontkomen aan de publieke verontwaardiging. Kort daarna uitte de bisschop van Antwerpen zijn verontwaardiging over reclame in het Antwerpse straatbeeld ter aankondiging van de operavoorstelling Sancta. Deze voorstelling – een bewerking van Sancta Susanna van Hindemith – daagt het religieuze beeld uit van vrouwen en kloosterlingen in het bijzonder. Onaanvaardbaar volgens de Antwerpse bisschop die niet nader genoemde katholieke actiegroepen opriep om waardig te blijven in hun protest.
Op het internationale toneel was het dan weer de Amerikaanse president die in zijn narcistische hoogmoed over een beeld struikelde. Na zijn verbale steekspel met paus Leo XIV, postte Trump een beeld van zichzelf op Social Truth waarop hij zich vereenzelvigde met Christus. Een beeld, zo legde hij nadien zonder enige schroom uit, dat verkeerd werd geïnterpreteerd. Hij vergeleek zich niet met Christus, maar met een arts van het Rode Kruis. Quid est veritas?
Voor velen was die waarheid toch ondubbelzinnig. Ten overstaan van religieuze beelden hoort terughoudendheid aan de dag te worden gelegd. Een wat opmerkelijke vaststelling, gezien de geërodeerde geloofsbeleving – zeker in Europese en Belgische context. Toch leek het alsof het misbruiken van religieuze beelden een intuïtief aanvoelen van het sacrale teweegbracht en zelfs een intuïtieve kennis van hoe hiermee moet worden omgegaan. Het zou positief – zelfs hoopvol – kunnen stemmen, vooral in een tijd waarin afkalvend geloof hand in hand gaat met toenemend zinverlies. De esthetische beleving van het religieuze als een weg terug naar het sacrale; het lijkt het veel gezochte antwoord op de vraag hoe aan geloofsinitiatie te doen in een geseculariseerde beeldcultuur. Toonaangevende theologen als Hans Urs von Balthasar en Karl Rahner wezen al in deze richting: het religieuze kunstwerk stelt iets van het sacrale aanwezig. Als het rationele pad van geloofswaarheden niet langer werkt, dan kan de geloofsesthetiek mogelijk een oplossing bieden.
Toch is waakzaamheid aangewezen. Veel reacties op het ongeoorloofde gebruik van religieuze beelden werden gemotiveerd door politieke beweegredenen. Steeds vaker en steeds nadrukkelijker proberen bepaalde politieke strekkingen het geloofsverhaal te capteren om hun discours kracht bij te zetten en vooral legitimiteit te geven. In de Verenigde Staten van Amerika is deze tactiek onder president Trump en de MAGA-beweging tot volle wasdom gekomen. Zelfs in die mate dat paus Leo XIV zich genoodzaakt zag om de theologische puntjes op de i te zetten. Ook in Europa wordt het christelijk geloof alsmaar vaker politiek gerecupereerd. Al blijft dit doorgaans wat meer onder de radar.
De relatie tot religieuze beelden kan de gevoeligheid voor het sacrale mogelijk voeden, maar dus ook vervormen. Daar waar beelden een zaak op zichzelf worden, is voorzichtigheid aangewezen. In gesprek met zijn geestesgenoten Balthasar en Rahner, stelde Joseph Ratzinger dat religieuze beelden enkel waarde hebben als ze een verwijzing zijn en blijven naar het sacrale. Zodra ze een doel op zichzelf worden – wat het geval is eens ze politiek worden geclaimd – gaat het niet langer om het sacrale, maar om het sacraliseren van het wereldlijke. Of het menselijke. En net hier knelt het schoentje. De verontwaardiging omtrent het misbruiken van religieuze beelden lijkt meer te maken te hebben met menselijke emoties, dan met een gebrek aan eerbied voor het sacrale. Religieuze beelden zijn bouwstenen van het collectieve geheugen. Het lokt een beschermingsreflex uit, wanneer aan dit construct wordt geraakt. En wie zich wil vereeuwigen – zoals Trump – is slim om te proberen zich met die bouwstenen in dat geheugen in te metselen.
Religie als alibi voor menselijke emoties. Er is niet nieuws onder de zon – ook niet in seculiere context. In Die fröhliche Wissenschaft waarschuwde godsdienstcriticus Nietzsche ervoor dat God dan wel dood mag zijn, maar de menselijke natuur niet verandert. In het aforisme Neue Kämpfe (§108) verhaalt hij dat na de dood van de Boeddha zijn schaduw nog eeuwenlang op de mens rustte. Om aan deze schaduw te ontkomen, moet het beeld dat hem werpt, worden gesloopt. Misschien dat in die beweging pas echt iets van het sacrale kan worden teruggevonden…