Zelfkritische tegenmacht als recept tegen een teflon overheid

Yesilgöz

Toen aan minister Karremans (VVD) de zorgwekkende vertrouwenscijfers in het huidige kabinet werden voorgelegd, reageerde hij veelzeggend voor de draaiende camera’s: ‘We moeten het dus beter uitleggen’. Hij zei niet: ‘We moeten dus beter luisteren, plannen aanpassen, sorry zeggen, scherper nadenken of eerlijker reflecteren’. Nee, in de huidige politieke cultuur van beeldvorming betekent het zakken van vertrouwenscijfers gewoon dat we de boodschap beter moeten verkopen. Om de mensen mee te krijgen, hebben we meer marketing nodig, meer communicatieadviseurs, meer mediatraining, een strakker verhaal.

Het is daarom niet verwonderlijk dat het aantal voorlichters bij de overheid blijft groeien. Volgens een meting van 1 januari 2026 bedraagt de omvang van voorlichting en communicatie bij de Rijksoverheid inmiddels ruim 942 fte.[1]

In een politieke omgeving waar alles draait om beeldvorming, is geen ruimte meer voor zelfkritiek en twijfel. Een fout toegeven is geen teken van volwassenheid meer, maar een zwakte. Toegeven is bij voorbaat verliezen. Men gaat ervan uit dat we liever leiders zien die uitleggen waarom zij toch gelijk hadden dan erkennen dat zij iets over het hoofd zagen.

Zo zijn veel politieke partijen gaandeweg marketingmachines geworden. Het publieke debat wordt bedekt met een haast ondoordringbare laag van zorgvuldig geformuleerde boodschappen, afgestemde frames en ingestudeerde antwoorden. Tegengeluiden worden weggespind, ontkend of simpelweg genegeerd. Kritiek wordt pas gehoord wanneer deze door de teflonlaag weet heen te breken.

Door die nadruk op het perfecte plaatje, op de gelikte versie, is er minder ruimte voor oneffenheden, twijfel en zelfkritiek. In Den Haag lijkt alleen nog plaats voor mensen die foutloos zijn, of tenminste foutloos lijken. Iedere misstap wordt uitvergroot. Iedere onhandigheid wordt opgeslagen. Clementie bestaat nauwelijks meer. Een tweede kans wordt zelden gegund.

Dit gebrek aan ruimhartigheid heeft een hoge prijs. Want wie geen fouten meer mag maken, leert uiteindelijk helemaal niet meer. Je hebt maar één kans en je mag het niet verkeerd doen. Lerend vermogen wordt daardoor verdrongen door risicomijdend gedrag. Bestuurders worden voorzichtiger, defensiever en afhankelijker van communicatie. Er heerst een afrekencultuur die juist datgene ondermijnt waarnaar iedereen verlangt: continuïteit, vertrouwen en bestuurlijke volwassenheid.

De reflex is vaak om de oplossing aan de kant van de macht te zoeken. We klagen over de hoeveelheid voorlichters, de mediatrainingen, en al dat gespin.

Maar wil je die Haagse teflonlaag afpellen, dan moet je ervoor zorgen dat die beschermlaag minder nodig is. Dat bereik je alleen als de macht geen gesublimeerd beeld van zichzelf hoeft op te houden. Ze mag zichzelf zijn.

Misschien hebben we daarom niet alleen behoefte aan meer zelfkritiek van de macht, maar juist ook aan meer mildheid, zachtmoedigheid en welwillendheid van de tegenmacht. Die rust en zelfkritiek kan de politieke praktijk van alledag duidelijk niet opbrengen. Vanuit historisch perspectief is dat in-meerdere-kampen-denken wel verklaarbaar. De vermaarde Nederlandse historicus Johan Huizinga (1872-1945) zei het al: Nederland is een land van dominees en kooplieden. We willen mensen graag overtuigen, en denken doorgaans heel pragmatisch. En wij Nederlanders zijn geneigd in ons eigen gelijk te blijven hangen. Voor zelfkritiek en bezinning lijkt vanuit deze optiek niet of nauwelijks nog ruimte te zijn. De voeding voor zelfreflectie moet vanuit een andere, misschien meer filosofische hoek komen.

Even terug naar de tegenmacht. Want ook de tegenmacht heeft zich laten verleiden tot een rol die niet het beste uit haar naar voren haalt, en ook niet effectief is. Gaandeweg is de tegenmacht toeschouwer geworden: commentator, scheidsrechter, aanklager. Zij wijst terecht op fouten, maar draagt minder vaak medeverantwoordelijkheid voor verbetering.

Dit terwijl tegenmacht op haar sterkst is wanneer zij juist zelf meedoet, door te zoeken naar wat beter kan. Dat vraagt om een andere houding: een erkenning dat niemand volmaakt is, noch de mensen die het beleid formuleren, noch diegenen die het controleren. De samenleving zal het moeten doen met het iets minder volmaakte.

Laten we eens wat nader ingaan op een moderne filosoof die veel over (zelf)kritiek heeft nagedacht: de Duitse filosoof Karl Jaspers (1883-1969). Zijn existentiefilosofie kan worden begrepen als een Philosophie des Scheiterns: een filosofie van het schipbreuk lijden, oftewel: een filosofie van de mislukking. Maar wat houdt een dergelijke opvatting van filosofie in? En hoe verhoudt zich dit tot wetenschap, politiek en samenleving?

Wissenschaftsaberglaube (wetenschappelijk bijgeloof) is een term die Jaspers in zijn teksten daarvoor regelmatig gebruikt. Jaspers schrijft: ‘Het onheil der menselijke existentie begint, wanneer de wetenschappelijke kennis voor het zijn zelf gehouden wordt en alles wat niet wetenschappelijk kenbaar is als niet bestaand geldt. Wetenschap wordt tot bijgeloof en zo ontstaat onder het mom van het wetenschappelijke die vloed van dwaasheden, waarin noch voor wetenschap, noch voor filosofie, noch voor geloof plaats is’.[2]

Wetenschap bestaat bij de gratie van methodische afbakening. Zonder een dergelijke afbakening kan geen betrouwbaar onderzoek worden verricht. Kentheoretisch staat de mens als kennend subject altijd in relatie tot een gekend object, aldus Jaspers. Das Umgreifende, het omvattende – oftewel datgene wat het kennend subject én het gekend object omvat – kan wetenschappelijk gezien nooit voorwerpelijk worden benaderd. Het omvattende is immers geen object, maar het geheel, waarvan ook het subject deel uitmaakt.

De mens staat dus niet tegenover de werkelijkheid, maar zoals de Nederlandse filosoof en Jaspers-kenner Koo van der Wal (°1934) het zegt: ‘te midden van de dingen’. We nemen als mens uiteindelijk altijd een deelnemersperspectief in. Het probleem is dat we onszelf nog te sterk begrijpen vanuit een toeschouwersperspectief, aldus Van der Wal.[3] Zelfs al benaderen we dingen nog zo abstract, we kunnen ons nooit losmaken van ons particuliere standpunt dat tijdruimtelijk begrensd is.

Niet alleen ecologisch, maar ook kentheoretisch is onze voetafdruk als mens dus veel te groot geworden. We moeten ons eigen begrensd-zijn meer onder ogen zien. Als mens worden we hierdoor niet alleen zelfkritischer, maar ook bescheidener en zachtmoediger.

Het idee van ‘wetenschappelijk bijgeloof’ laat zich eenvoudig vertalen naar andere vormen van bijgeloof, zoals naar dat van ‘politiek bijgeloof’ (een term die Jaspers overigens zelf niet bezigt). Welke politieke partijen en politieke leiders zien de dingen nog vanuit een zelfkritische, afgebakende lens – en zijn daarbij tegelijkertijd bereid om over de eigen schaduw heen te stappen?

Luide, genadeloze commentaren vanuit de coulissen verharden de teflonmacht alleen maar meer. De macht zal zich pas kwetsbaar opstellen, toe durven geven dat zij niet alle waarheid in pacht heeft, als zij ook kan vertrouwen op voldoende zelfkritiek en rust van de tegenmacht. Alleen door het wegnemen van de angst om te falen zullen de macht en de tegenmacht elkaar weer dwingen tot nadenken, tot twijfel, en uiteindelijk tot beter bestuur.

 

 

Nicolien van Vroonhoven is voormalig Tweede Kamerlid en oud-(vice)fractievoorzitter voor NSC.
Coban Menkveld is politiek adviseur. Sinds 1 mei 2026 runt hij zijn eigen bedrijf onder de naam ‘Coban de denkarbeider’.

 

 

[1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2026/05/20/overzicht-fte-directies-communicatie-rijksoverheid-2026 (Laatst geraadpleegd op 23 juni 2026).

[2] Karl Jaspers, Kleine leerschool van het filosofisch denken, Bijleveld, Utrecht, 1973, blz. 25. Zie ook: Karl Jaspers, Kleine Schule des philosophischen Denkens, R. Piper & Co Verlag, München, 1965, blz. 20v.

[3] Koo van der Wal, Pleidooi voor een participatieve filosofie en leefwijze, Gompel&Svacina, Antwerpen/’s-Hertogenbosch, 2025.

De geest van de jaren ’90 en de...
Holocaust als vrijbrief voor genocide
Schets van een nieuwe dysto-utopische wereld met grote...
Wat hadden Ulla en Stig in I970 in...
Vraag niet naar mijn winst, laten we het...
Zelfkritische tegenmacht als recept tegen een teflon overheid
‘Dit is (niet) wie we zijn’. Volgens wie?
Vier juli 2026
Hoe de ‘deugden’ van neoliberale globalisering de weg...
De Babylonische spraakverwarring tussen macht en tegenmacht
Een ander spel
WK 2026 van start
Kunstmatige intelligentie en de toekomst van het kapitalisme
Koert Debeuf over de situatie in het Midden-Oosten
Licht in het puin
Christelijk nationalisme
Inleiding: Denken als revolte in tijden van crisis...
Over rijkdom en macht in het nieuwe tijdsgewricht
Andrew Winnick over de blijvende aantrekkingskracht van Trump...
Yoeri Andropov: een man die een tweede Deng...
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Werken of niet werken
Het grote raadsel van de Grote Terreur
De politieke gevolgen op lange termijn van Poetin
Fascisme in postmoderne tijden
Hoe de kaders te schetsen van een economische...
Een korte Nieuwjaarsoverdenking
Hedendaagse overweging: autoritarisme
Rusland: een ideologie voor binnenlands, en één voor...
Opus Dei en Project 2025