Kunstmatige intelligentie en de toekomst van het kapitalisme

Vanuit Marxistisch, en vanuit neoklassiek gezichtspunt

 

Wat zouden vanuit Marxistisch gezichtspunt de waarschijnlijke gevolgen zijn van de grootschalige invoering van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI) in de economie? Opmerkelijk genoeg is deze vraag voor zover ik weet niet gesteld.

Op het eerste gezicht lijken de implicaties van de theorie van toegevoegde waarde van arbeid van Marx slecht, of in tegenspraak met de feiten of met onze verwachtingen. AI impliceert het invoeren van uiterst veel kapitaal vergende productietechnieken, of, om de Marxistische terminologie te gebruiken, van processen met een heel hoge organische samenstelling van kapitaal. Met andere woorden, AI impliceert een heel hoge k/a verhouding. Dat is de verhouding van constant kapitaal (k) tot kapitaal dat benodigd is om arbeid (a) in te huren. Als de inzet van arbeid laag is, en misschien zelfs bijna nul in het geval van volledig geautomatiseerde productie, moet de toegevoegde waarde door arbeid ook laag of bijna nul zijn. Ongeacht hoe hoog de exploitatie is, impliceert een heel kleine a een heel kleine tw (toegevoegde waarde). We stellen zo vast dat de winstmarge (tw/a+v) ook heel klein moet zijn, in overeenstemming met een van de meest beroemde ‘wetten van kapitalistische ontwikkeling’ van Marx, te weten de tendens dat de winstmarge daalt met de invoering van meer kapitaal vergende productieprocessen. In het geval van bijna volledig geautomatiseerde productie, zal de winstmarge dalen tot nul of bijna nul. Zoals Marx, Schumpeter en het gezond verstand ons vertellen, is kapitalisme zonder winst een absurditeit. Kapitalisten investeren niet met een winstverwachting van nul. Zo voorspelt de tendens dat de winstverwachting zal dalen, de ondergang van het kapitalisme.

Lang voordat AI verscheen werd dit idee al bediscussieerd door vroeg twintigste-eeuwse Marxistische economen als Rosa Luxemburg en Henryk Grossman. Zij verwachtten precies wat we tegenwoordig waarnemen: dat door het invoeren van meer kapitaal vergende productieprocessen, die winstgevend zijn voor elke individuele kapitalist als hij of zij deze invoert, de kapitalisten als klasse – dus wanneer zij het allemaal doen – de levende arbeid verdringen, de toegevoegde waarde verlagen, en bijgevolg hun eigen winst (i.e., voor alle kapitalisten als geheel) naar nul brengen.

Zal AI het kapitalisme dus naar zijn einde brengen? Dit lijkt niet goed samen te gaan met de feiten en verwachtingen van niet lagere, maar juist hogere winsten die zouden voortvloeien uit de invoering van AI. Had Marx het helemaal verkeerd? Misschien niet.

Om dit in te zien: beschouw de economie als opgebouwd uit twee sectoren. De eerste is de sector met de heel hoge organische samenstelling van kapitaal, precies zoals eerder beschreven. Maar bedenk nu dat volledige automatisering van de productie in deze sector een vraag schept naar de productie van goederen en diensten die alleen door menselijke arbeid kan worden gedaan, of waarin levende menselijke arbeiders superieur zijn aan AI: denk aan zorgtaken, sport, verpleging, top koks, coaching, barkeepers, creatief schrijven en talloze andere taken die, juist omdat sommige ervan alleen grofweg door AI kunnen worden gedaan, steeds waardevoller worden wanneer zij door geschoolde levende menselijke arbeid worden uitgevoerd. Duizenden leraren zouden kunnen worden vervangen door AI, maar de vraag naar echt goede leraren die beter zijn dan AI, zal stijgen.

Vervolgens zal zich een tweede sector ontwikkelen, precies tegenovergesteld aan de volledig geautomatiseerde sector. Deze zal worden gekenmerkt door een lage organische samenstelling van kapitaal: het constante kapitaal (k) zou verhoudingsgewijs klein zijn ten opzichte van het variabele kapitaal (i.e., het bedrag betaald in de vorm van lonen). Deze zal, anders dan de geautomatiseerde sector, een grote toegevoegde waarde voortbrengen.

Maar zoals we weten worden goederen en diensten in het kapitalisme niet verkocht tegen de waarde van de arbeid, maar tegen de productiekosten die de winstmarge vereffenen in kapitaal- en arbeidsintensieve sectoren (dat wil zeggen, in sectoren met uiteenlopende organische samenstellingen van kapitaal). Dit betekent op zijn beurt dat de hoeveelheid winst in de geautomatiseerde sector, in een evenwichtige economie, in verhouding zal staan tot de (grote) hoeveelheid kapitaal die in de geautomatiseerde sector wordt gebruikt. Daarom zal de winst van onze geautomatiseerde sector niet zo verwaarloosbaar zijn als leek toen we het geïsoleerd bekeken, en aannamen dat de hele economie alleen daaruit bestaat. De winstverhouding zou integendeel omhoog kunnen gaan door het vervangen van arbeid in de ene sector als dit gepaard gaat met het scheppen van meer arbeidsintensieve productieprocessen elders.

Eenvoudig gesteld: terwijl één deel van de economie alleen met machines zal werken (waarbij ik AI onder de term machines reken), zal een ander deel van de economie veel arbeidsintensiever zijn, misschien zelfs meer nog dan nu. Dit betekent op zijn beurt dat de winsten in de AI-sector hoog zouden kunnen zijn, maar alleen als de groei van de AI-sector gepaard gaat met een stijgende vraag naar goederen en diensten die worden geproduceerd door levende arbeid, en dus door de opkomst van die tweede sector. Als de AI-sector de hele economie beslaat, dan zal de winst volgens de Marxistische analyses naar nul neigen. En dat zou zelfs volgens een neoklassieke analyse het geval zijn omdat volledig geautomatiseerde productie geen arbeid gebruikt, hetgeen betekent dat het geheel aan betaalde salarissen nul of bijna nul is, waardoor het onduidelijk wordt aan wie de goudmijn aan nieuwe productie zou moeten worden verkocht. Zo leidt de door AI voortgebrachte overvloed ook in een neoklassieke wereld (bij het ontbreken van een enorme herverdeling naar mensen die niet werken) naar een onvoldoende groei van de vraag en daardoor tot een winstmarge dichtbij nul of van nul. Net als in de Marxistische wereld moet ook in de neoklassieke wereld de opkomst van AI gepaard gaan met een vergelijkbare groei in arbeidsintensieve activiteiten, om de economie in evenwicht te houden, en de groei van de vraag en de winstmarge niet naar nul te brengen.

Samenvattend: zowel in de Marxistische als in de neoklassieke wereld is een economie die alleen bestaat uit een hogelijk geautomatiseerde sector onverenigbaar met het voortbestaan van het kapitalisme. In het ene geval omdat de aan de producten toegevoegde waarde nul is, en daarmee ook de winst; in het andere geval omdat onvoldoende groei van de vraag de winst naar nul brengt. Deze situatie kan alleen worden ‘gered’ door een gelijkwaardige groei van een arbeidsintensieve sector of door een enorme herverdeling naar mensen die niet werken.

Zo zien we een minder sombere toekomst voor de arbeid dan sommige mensen beweren. Activiteiten waarin arbeid niet kan worden vervangen door AI zullen bloeien. Zal AI een algemeen verlies aan arbeidsvaardigheden met zich meebrengen of niet? Op het eerste gezicht lijkt het alsof AI zal leiden tot een verlies aan arbeidsvaardigheden omdat veel vaardigheden (zoals rekenen, het ontwikkelen van software, schrijven, zelfs wiskunde) overbodig zullen worden, omdat deze kunnen worden overgenomen door machines. Maar dit proces zou, en zal waarschijnlijk, een tegenwicht krijgen in het scheppen van bezigheden waarin de arbeidsvaardigheden die van het heden in niveau zullen overtreffen, eenvoudig omdat zij beter moeten zijn dan het niveau van producten gemaakt door AI, willen mensen die producten en diensten kopen. Kortom, terwijl een deel van de beroepsbevolking zal lijden door het verlies aan vaardigheden, of om het ronduit te zeggen, het vervlakken ervan, zal een ander deel meer ontwikkeld en vaardiger worden. Om voorop te blijven, zal dit deel veel meer met machines moeten concurreren dan met andere mensen. Maar zolang we blijven geloven in het menselijk vermogen tot aanpassing, kunnen we denken dat er altijd segmenten van dergelijk werk zullen zijn waarin dingen worden gedaan die machines niet kunnen, of zelfs waar dezelfde productie door beide wordt voortgebracht, het meest zal worden gewaardeerd (en dus beter betaald) als het door menselijke arbeid wordt gedaan dan door AI. Een door AI voortgebrachte even vaardige kunstschaatser zal hoogstwaarschijnlijk veel minder worden gewaardeerd dan een menselijke kunstschaatser. Ten minste door mensen…

 

PS        In deze bijdrage heb ik de termen ‘verhoogde kapitaalintensiteit van productie’ en ‘hogere organische samenstelling van kapitaal’ door elkaar gebruikt. De eerste is uiteraard een neoklassieke, de tweede een Marxistische term, maar in deze context drukken zij hetzelfde uit: machines (AI inbegrepen) die mensen vervangen.

 

(vertaling: Herman Simissen)

 

Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 15 mei jl. op https://branko2f7.substack.com/p/artificial-intelligence-and-future en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.

 

De geest van de jaren ’90 en de...
Holocaust als vrijbrief voor genocide
Schets van een nieuwe dysto-utopische wereld met grote...
Wat hadden Ulla en Stig in I970 in...
Vraag niet naar mijn winst, laten we het...
Zelfkritische tegenmacht als recept tegen een teflon overheid
‘Dit is (niet) wie we zijn’. Volgens wie?
Vier juli 2026
Hoe de ‘deugden’ van neoliberale globalisering de weg...
De Babylonische spraakverwarring tussen macht en tegenmacht
Een ander spel
WK 2026 van start
Kunstmatige intelligentie en de toekomst van het kapitalisme
Koert Debeuf over de situatie in het Midden-Oosten
Licht in het puin
Christelijk nationalisme
Inleiding: Denken als revolte in tijden van crisis...
Over rijkdom en macht in het nieuwe tijdsgewricht
Andrew Winnick over de blijvende aantrekkingskracht van Trump...
Yoeri Andropov: een man die een tweede Deng...
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Werken of niet werken
Het grote raadsel van de Grote Terreur
De politieke gevolgen op lange termijn van Poetin
Fascisme in postmoderne tijden
Hoe de kaders te schetsen van een economische...
Een korte Nieuwjaarsoverdenking
Hedendaagse overweging: autoritarisme
Rusland: een ideologie voor binnenlands, en één voor...
Opus Dei en Project 2025